NEDERLANDS
🇳🇱

    Visboer

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de visboer

      Zelfstandig naamwoord/'vɪzbur/

      enkelvoud

      visboer

      meervoud

      visboeren

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren