NEDERLANDS
🇳🇱

    Vit

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • vitten

      Werkwoord/'vɪtən; 'vɪtə/

      infinitief

      vitten

      tegenwoordige tijd

      vitvitten

      verleden tijd

      vittevitten

      tegenwoordig deelwoord

      vittendvittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren