NEDERLANDS
🇳🇱

    Vloei

    uncommonZipf 2.1

    het vloeien; stromen; droogmaken

    • de vloei

      Zelfstandig naamwoord/'vluj/

      het vloeien

      enkelvoud

      vloei
    • vloeien

      Werkwoord/'vlujən; 'vlujə/

      stromen

      infinitief

      vloeien

      tegenwoordige tijd

      vloeivloeitvloeien

      verleden tijd

      vloeidevloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      vloeiendvloeiende
    • vloeien

      Werkwoord/'vlujən; 'vlujə/

      droogmaken

      infinitief

      vloeien

      tegenwoordige tijd

      vloeivloeitvloeien

      verleden tijd

      vloeidevloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      vloeiendvloeiende
    • het vloei

      Zelfstandig naamwoord/'vluj/

      vloeipapier

      enkelvoud

      vloeivloeitje

      meervoud

      vloeienvloeitjes
    • de vloei

      Zelfstandig naamwoord/'vluj/

      ankerhand

      enkelvoud

      vloeivloeitje

      meervoud

      vloeienvloeitjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren