NEDERLANDS
🇳🇱

    Vloeiende

    uncommonZipf 2.6

    stromen; droogmaken; adjectief

    • vloeien

      Werkwoord/'vlujən; 'vlujə/

      stromen

      infinitief

      vloeien

      tegenwoordige tijd

      vloeivloeitvloeien

      verleden tijd

      vloeidevloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      vloeiendvloeiende
    • vloeien

      Werkwoord/'vlujən; 'vlujə/

      droogmaken

      infinitief

      vloeien

      tegenwoordige tijd

      vloeivloeitvloeien

      verleden tijd

      vloeidevloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      vloeiendvloeiende
    • vloeiend

      Bijvoeglijk naamwoord/'vlujənt/

      stellende trap

      vloeiendvloeiendevloeiends

      vergrotende trap

      vloeiendervloeienderevloeienders

      overtreffende trap

      vloeiendstvloeiendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren