NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Vloeken
    Werkwoordschelden of vervloeken
  • 22Vloek(de)
    Zelfstandig naamwoordaanroep om kwaad

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Vloeken
    Werkwoordschelden of vervloeken
  • 22Vloek(de)
    Zelfstandig naamwoordaanroep om kwaad
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Vloekend
WoordenboekVloekend

Vloekend

  • vloeken

    Werkwoord

    schelden of vervloeken

    1. krachtig schelden, vaak met ongepaste woordenIk scheld als ik pijn heb.
    2. verbinden of samenstellen door te vloeken, vaak in religieuze contextHij vloekte hard tijdens de wedstrijd.
    3. blessures of slechte omstandigheden uitroepenHet was zo slecht weer dat ik begon te vloeken.
  • devloek

    Zelfstandig naamwoord

    aanroep om kwaad

    1. uitroep van boosheid of frustratieZe liet haar boosheid blijken met een scheldwoord.
    2. zonde of schandeVloeken in het openbaar is een zonde.
    3. een vloek die aan iemand of iets wordt opgelegd, vaak in een mythische of religieuze contextDe mythische vloek die de tovenaar sprak, veranderde het leven van de prins.
    4. een erg onaangenaam of ongewenst ietsHet ongewenst geluid maakte het moeilijk om te concentreren.

Verwante woorden

gevloektvloekvloekevloekenvloekendevloekjevloekjesvloektvloektevloekten

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen