NEDERLANDS
🇳🇱

    Volgebouwd

    uncommonZipf 1.8

    adjectief; geheel en al met gebouwen vullen

    • volgebouwd

      Bijvoeglijk naamwoord/'vɔlɣəbɔut/

      stellende trap

      volgebouwdvolgebouwdevolgebouwds
    • volbouwen

      Werkwoord/'vɔlbɔuwən; 'vɔlbɔuwə/

      geheel en al met gebouwen vullen

      infinitief

      volbouwen

      tegenwoordige tijd

      bouw volvolbouwbouwt volvolbouwtbouwen volvolbouwen

      verleden tijd

      bouwde volvolbouwdebouwden volvolbouwden

      tegenwoordig deelwoord

      volbouwendvolbouwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren