NEDERLANDS
🇳🇱

    Volgelopen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • vollopen

      Werkwoord/'vɔlopən; 'vɔlopə/

      infinitief

      vollopen

      tegenwoordige tijd

      loop volvollooploopt volvollooptlopen volvollopen

      verleden tijd

      liep volvolliepliepen volvolliepen

      tegenwoordig deelwoord

      vollopendvollopende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren