NEDERLANDS
🇳🇱

    Volleerde

    uncommonZipf 2.2

    adjectief; werkwoord

    • volleerd

      Bijvoeglijk naamwoord/vɔ'lert/

      stellende trap

      volleerdvolleerdevolleerds

      vergrotende trap

      volleerdervolleerderevolleerders

      overtreffende trap

      volleerdstvolleerdste
    • volleren

      Werkwoord/vɔ'lerən; vɔ'lerə/

      infinitief

      volleren

      tegenwoordige tijd

      volleervolleertvolleren

      verleden tijd

      volleerdevolleerden

      tegenwoordig deelwoord

      vollerendvollerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren