NEDERLANDS
🇳🇱

    Volmaken

    uncommonZipf 2.3

    tot de volmaaktheid brengen; vullen; voltooien

    • volmaken

      Werkwoord/vɔl'makən; vɔl'makə/

      tot de volmaaktheid brengen

      infinitief

      volmaken

      tegenwoordige tijd

      volmaakvolmaaktvolmaken

      verleden tijd

      volmaaktevolmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      volmakendvolmakende
    • volmaken

      Werkwoord/'vɔlmakən; 'vɔlmakə/

      vullen; voltooien

      infinitief

      volmaken

      tegenwoordige tijd

      maak volvolmaakmaakt volvolmaaktmaken volvolmaken

      verleden tijd

      maakte volvolmaaktemaakten volvolmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      volmakendvolmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren