NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorbeschikt

    uncommonZipf 2.6

    adjectief; werkwoord

    • voorbeschikt

      Bijvoeglijk naamwoord/'vorbəsxɪkt/

      stellende trap

      voorbeschiktvoorbeschiktevoorbeschikts
    • voorbeschikken

      Werkwoord/'vorbəsxɪkən; 'vorbəsxɪkə/

      infinitief

      voorbeschikken

      tegenwoordige tijd

      beschik voorvoorbeschikbeschikt voorvoorbeschiktbeschikken voorvoorbeschikken

      verleden tijd

      beschikte voorvoorbeschiktebeschikten voorvoorbeschikten

      tegenwoordig deelwoord

      voorbeschikkendvoorbeschikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.