NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorblijven

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • voorblijven

      Werkwoord/'vorblɛɪvən; 'vorblɛɪvə/

      infinitief

      voorblijven

      tegenwoordige tijd

      blijf voorvoorblijfblijft voorvoorblijftblijven voorvoorblijven

      verleden tijd

      bleef voorvoorbleefbleven voorvoorbleven

      tegenwoordig deelwoord

      voorblijvendvoorblijvende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren