NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorlazen

    B1uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • voorlezen

      Werkwoord/'vorlezən; 'vorlezə/

      infinitief

      voorlezen

      tegenwoordige tijd

      lees voorvoorleesleest voorvoorleestlezen voorvoorlezen

      verleden tijd

      las voorvoorlaslazen voorvoorlazen

      tegenwoordig deelwoord

      voorlezendvoorlezende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.