NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorliegt

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • voorliegen

      Werkwoord/'vorliɣən; 'vorliɣə/

      infinitief

      voorliegen

      tegenwoordige tijd

      lieg voorvoorliegliegt voorvoorliegtliegen voorvoorliegen

      verleden tijd

      loog voorvoorlooglogen voorvoorlogen

      tegenwoordig deelwoord

      voorliegendvoorliegende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren