NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorlopen

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de voorloop

      Zelfstandig naamwoord/'vorlop/

      enkelvoud

      voorloop

      meervoud

      voorlopen
    • voorlopen

      Werkwoord/'vorlopən; 'vorlopə/

      infinitief

      voorlopen

      tegenwoordige tijd

      loop voorvoorlooploopt voorvoorlooptlopen voorvoorlopen

      verleden tijd

      liep voorvoorliepliepen voorvoorliepen

      tegenwoordig deelwoord

      voorlopendvoorlopende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren