Voortdurend
voortdurend
Bijvoeglijk naamwoordde hele tijd; steeds
zonder onderbreking
Iets gebeurt continu of blijft de hele tijd zo; er is geen pauze.
De verwarming staat voortdurend aan.
steeds opnieuw / herhaaldelijk
Iets gebeurt vaak opnieuw; steeds weer terugkerend.
Hij onderbreekt de vergadering voortdurend met vragen.
voortdurend aanstaanvoortdurend bezig zijnvoortdurende problemenvoortdurend kloppenvoortdurend vragen stellenvoortduren
Werkwoordblijven bestaan; niet ophouden
aanhouden
Niet stoppen; iets gaat door of blijft aanwezig zijn.
De overlast duurt voort.
duurt voortduurde voortvoortduren van problemenvoortduren van klachtenvoortduren van onzekerheid