NEDERLANDS
🇳🇱
  • Voortdurend
    Bijvoeglijk naamwoordde hele tijd steeds
  • Voortduren
    Werkwoordblijven bestaan niet ophouden

Voortdurend

  • voortdurend

    Bijvoeglijk naamwoord

    de hele tijd; steeds

    1. zonder onderbreking

      Iets gebeurt continu of blijft de hele tijd zo; er is geen pauze.

      De verwarming staat voortdurend aan.

    2. steeds opnieuw / herhaaldelijk

      Iets gebeurt vaak opnieuw; steeds weer terugkerend.

      Hij onderbreekt de vergadering voortdurend met vragen.

    voortdurend aanstaanvoortdurend bezig zijnvoortdurende problemenvoortdurend kloppenvoortdurend vragen stellen
  • voortduren

    Werkwoord

    blijven bestaan; niet ophouden

    1. aanhouden

      Niet stoppen; iets gaat door of blijft aanwezig zijn.

      De overlast duurt voort.

    duurt voortduurde voortvoortduren van problemenvoortduren van klachtenvoortduren van onzekerheid

Blijf leren