NEDERLANDS
🇳🇱

    Voortslepen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • voortslepen

      Werkwoord/'vortslepən; 'vortslepə/

      infinitief

      voortslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep voortvoortsleepsleept voortvoortsleeptslepen voortvoortslepen

      verleden tijd

      sleepte voortvoortsleeptesleepten voortvoortsleepten

      tegenwoordig deelwoord

      voortslependvoortslepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren