NEDERLANDS
🇳🇱

    Vooruitzien

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • vooruitzien

      Werkwoord/vo'rœytsin/

      infinitief

      vooruitzien

      tegenwoordige tijd

      zie vooruitvooruitzieziet vooruitvooruitzietzien vooruitvooruitzien

      verleden tijd

      zag vooruitvooruitzagzagen vooruitvooruitzagen

      tegenwoordig deelwoord

      vooruitziendvooruitziende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren