NEDERLANDS
🇳🇱

    Vooruitziend

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord; adjectief

    • vooruitzien

      Werkwoord/vo'rœytsin/

      infinitief

      vooruitzien

      tegenwoordige tijd

      zie vooruitvooruitzieziet vooruitvooruitzietzien vooruitvooruitzien

      verleden tijd

      zag vooruitvooruitzagzagen vooruitvooruitzagen

      tegenwoordig deelwoord

      vooruitziendvooruitziende
    • vooruitziend

      Bijvoeglijk naamwoord/vo'rœytsint/

      stellende trap

      vooruitziendvooruitziendevooruitziends

      vergrotende trap

      vooruitziendervooruitzienderevooruitzienders

      overtreffende trap

      vooruitziendstvooruitziendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren