NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorvalt

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • voorvallen

      Werkwoord/'vorvɑlən; 'vorvɑlə/

      infinitief

      voorvallen

      tegenwoordige tijd

      valt voorvoorvaltvallen voorvoorvallen

      verleden tijd

      viel voorvoorvielvielen voorvoorvielen

      tegenwoordig deelwoord

      voorvallendvoorvallende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren