NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorzeggen

    uncommonZipf 2.4

    voorspellen; influisteren

    • voorzeggen

      Werkwoord/vor'zɛɣən; vor'zɛɣə/

      voorspellen

      verleden tijd

      voorzeivoorzegdevoorzegdenvoorzeiden

      tegenwoordig deelwoord

      voorzeggendvoorzeggende

      voltooid deelwoord

      voorzegd

      gebiedende wijs

      voorzeg
    • voorzeggen

      Werkwoord/'vorzɛɣən; 'vorzɛɣə/

      influisteren

      infinitief

      voorzeggen

      tegenwoordige tijd

      zeg voorvoorzegzegt voorvoorzegtzeggen voorvoorzeggen

      verleden tijd

      zegde voorzei voorvoorzegdevoorzeizegden voorzeiden voorvoorzegdenvoorzeiden

      tegenwoordig deelwoord

      voorzeggendvoorzeggende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren