Voren
voor
Bijwoordeerder dan iets
- aan de voorkant of in de richting van iets of iemandHij stond voor de deur.
- op een plek die verder naar voren isHij zit vooraan in het theater voor het beste uitzicht.
- eerder dan iets in de tijdDe trein vertrekt voor zes uur.
- in het belang of ten voordele van iets of iemandIk geef jou de prioriteit.
voor
Voegwoordvoordat
- voordat iets gebeurtIk ontbijt voordat ik naar school ga.
- om een doel of reden aan te geven; ter voorbereiding van ietsIk kookte een grote maaltijd zodat iedereen kon genieten.
- voordat; aangevend iets gebeurt vooraf aan iets andersLees de instructies voordat je begint te werken.
voor
Voorzetselin plaats van
- voor plaatsaanduiding: eerder dan bereik, in de richting van tegenover ietsJij staat voor het raam.
- op de voorkant of in een verder naar voren gelegen positieDe boom staat voor het raam.
- voor tijdsaanduiding: eerder dan, voordatIk moet klaar zijn voor het ontbijt.
- in het belang of ten behoeve vanHij studeert elke avond voor zijn toekomst.
devoor
Zelfstandig naamwoordvoorgrond of voorkant
- het gedeelte aan de voorkant van een voorwerp of ruimteDe voorkant van het boek is beschadigd.
- de voorkant of het voorste gedeelte van ietsDe voordeur bevindt zich aan de voorkant.
- voorzijde van kledingDe glitterprint zit op de voor van de jurk.
- een deel van een voertuig dat zich aan de voorkant bevindtIn de voorkant van de auto ligt de bagageruimte.
hetvoor
Zelfstandig naamwoordeen voorkant
- ruimte die zich aan de voorkant van iets bevindtHet raam bevond zich aan de voorkant van het gebouw.
- open ruimte vóór een huis of gebouwDe hond ligt op de plaats voor het huis.
- redengevend elementMijn voor om gezond te eten is mijn welzijn.
- gebied aan de voorkant van ietsDe voorkant van het schip is beschadigd door de storm.