NEDERLANDS
🇳🇱

    Wankelend

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • wankelen

      Werkwoord/'wɑŋkələn; 'wɑŋkələ/

      infinitief

      wankelen

      tegenwoordige tijd

      wankelwankeltwankelen

      verleden tijd

      wankeldewankelden

      tegenwoordig deelwoord

      wankelendwankelende
    • wankelend

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɑŋkələnt/

      stellende trap

      wankelendwankelendewankelends

      vergrotende trap

      wankelenderwankelenderewankelenders

      overtreffende trap

      wankelendstwankelendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren