NEDERLANDS
🇳🇱

    Wantrouwend

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; adjectief

    • wantrouwen

      Werkwoord/'wɑntrɔuwən; 'wɑntrɔuwə/

      infinitief

      wantrouwen

      tegenwoordige tijd

      wantrouwwantrouwtwantrouwen

      verleden tijd

      wantrouwdewantrouwden

      tegenwoordig deelwoord

      wantrouwendwantrouwende
    • wantrouwend

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɑntrɔuwənt; wɑn'trɔuwənt/

      stellende trap

      wantrouwendwantrouwendewantrouwends

      vergrotende trap

      wantrouwenderwantrouwenderewantrouwenders

      overtreffende trap

      wantrouwendstwantrouwendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.