NEDERLANDS
🇳🇱

    Wassende

    uncommonZipf 2.1

    met was bestrijken; adjectief; groeien

    • wassen

      Werkwoord/'wɑsən; 'wɑsə/

      met was bestrijken

      infinitief

      wassen

      tegenwoordige tijd

      waswastwassen

      verleden tijd

      wastewasten

      tegenwoordig deelwoord

      wassendwassende
    • wassend

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɑsənt/

      stellende trap

      wassendwassende
    • wassen

      Werkwoord/'wɑsən; 'wɑsə/

      groeien

      infinitief

      wassen

      tegenwoordige tijd

      waswastwassen

      verleden tijd

      wieswiesen

      tegenwoordig deelwoord

      wassendwassende
    • wassen

      Werkwoord/'wɑsən; 'wɑsə/

      schoonmaken

      infinitief

      wassen

      tegenwoordige tijd

      waswastwassen

      verleden tijd

      wastewasten

      tegenwoordig deelwoord

      wassendwassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren