NEDERLANDS
🇳🇱

    Weerlicht

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de/het weerlicht

      Zelfstandig naamwoord/'werlɪxt/

      enkelvoud

      weerlicht

      meervoud

      weerlichten
    • weerlichten

      Werkwoord/'werlɪxtən; 'werlɪxtə/

      infinitief

      weerlichten

      tegenwoordige tijd

      weerlichtweerlichten

      verleden tijd

      weerlichtteweerlichtten

      tegenwoordig deelwoord

      weerlichtendweerlichtende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren