NEDERLANDS
🇳🇱

    Weerspreken

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • weerspreken

      Werkwoord/wer'sprekən; wer'sprekə/

      infinitief

      weerspreken

      tegenwoordige tijd

      weerspreekweerspreektweerspreken

      verleden tijd

      weersprakweerspraken

      tegenwoordig deelwoord

      weersprekendweersprekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren