NEDERLANDS
🇳🇱

    Wiebelende

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord; adjectief

    • wiebelen

      Werkwoord/'wibələn; 'wibələ/

      infinitief

      wiebelen

      tegenwoordige tijd

      wiebelwiebeltwiebelen

      verleden tijd

      wiebeldewiebelden

      tegenwoordig deelwoord

      wiebelendwiebelende
    • wiebelend

      Bijvoeglijk naamwoord/'wibələnt/

      stellende trap

      wiebelendwiebelendewiebelends

      vergrotende trap

      wiebelenderwiebelenderewiebelenders

      overtreffende trap

      wiebelendstwiebelendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren