NEDERLANDS
🇳🇱

    Wieberen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • wieberen

      Werkwoord/'wibərən; 'wibərə/

      infinitief

      wieberen

      tegenwoordige tijd

      wieberwiebertwieberen

      verleden tijd

      wieberdewieberden

      tegenwoordig deelwoord

      wieberendwieberende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren