NEDERLANDS
🇳🇱

    Willig

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • willigen

      Werkwoord/'wɪləɣən; 'wɪləɣə/

      infinitief

      willigen

      tegenwoordige tijd

      willigwilligtwilligen

      verleden tijd

      willigdewilligden

      tegenwoordig deelwoord

      willigendwilligende
    • willig

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɪləx/

      stellende trap

      willigwilligewilligs

      vergrotende trap

      willigerwilligerewilligers

      overtreffende trap

      willigstwilligste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren