NEDERLANDS
🇳🇱

    Wisselende

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; adjectief

    • wisselen

      Werkwoord/'wɪsələn; 'wɪsələ/

      infinitief

      wisselen

      tegenwoordige tijd

      wisselwisseltwisselen

      verleden tijd

      wisseldewisselden

      tegenwoordig deelwoord

      wisselendwisselende
    • wisselend

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɪsələnt/

      stellende trap

      wisselendwisselendewisselends

      vergrotende trap

      wisselenderwisselenderewisselenders

      overtreffende trap

      wisselendstwisselendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.