NEDERLANDS
🇳🇱

    Wisser

    uncommonZipf 2.4

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • wis

      Bijvoeglijk naamwoord/'wɪs/

      stellende trap

      wiswisse

      vergrotende trap

      wisserwisserewissers

      overtreffende trap

      wistwiste
    • de wisser

      Zelfstandig naamwoord/'wɪsər/

      enkelvoud

      wisserwissertje

      meervoud

      wisserswissertjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren