Wisser
uncommonZipf 2.4
adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
wis
Bijvoeglijk naamwoord/'wɪs/stellende trap
wiswissevergrotende trap
wisserwisserewissersovertreffende trap
wistwistede wisser
Zelfstandig naamwoord/'wɪsər/enkelvoud
wisserwissertjemeervoud
wisserswissertjes
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.