NEDERLANDS
🇳🇱

    Witten

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het wit

      Zelfstandig naamwoord/'wɪt/

      enkelvoud

      witwitje

      meervoud

      wittenwitjes
    • witten

      Werkwoord/'wɪtən; 'wɪtə/

      infinitief

      witten

      tegenwoordige tijd

      witwitten

      verleden tijd

      wittewitten

      tegenwoordig deelwoord

      wittendwittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.