NEDERLANDS
🇳🇱

    Witwas

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • witwassen

      Werkwoord/'wɪtwɑsən; 'wɪtwɑsə/

      infinitief

      witwassen

      tegenwoordige tijd

      was witwitwaswast witwitwastwassen witwitwassen

      verleden tijd

      waste witwitwastewasten witwitwasten

      tegenwoordig deelwoord

      witwassendwitwassende
    • de witwas

      Zelfstandig naamwoord/'wɪtwɑs/

      enkelvoud

      witwas

      meervoud

      witwassen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren