Wreken
wreken
Werkwoordwraak nemen; zich wreken (ook: als iets later negatieve gevolgen heeft)
wraak
Iemand straf of leed toebrengen omdat die persoon jou of iemand anders pijn heeft gedaan; wraak nemen.
Hij wilde zijn broer wreken.
gevolg/terugslaan
Zich negatief uiten als gevolg van een eerdere fout of beslissing; iets komt later terug als probleem.
Die beslissing wreekt zich later.
iemand wrekenzich wreken oponrecht wreken