NEDERLANDS
🇳🇱

    Zaag

    B1commonZipf 3.5

    werktuig; zeur; werkwoord

    • de zaag

      Zelfstandig naamwoord/'zax/

      werktuig

      enkelvoud

      zaagzaagje

      meervoud

      zagenzaagjes
    • de zaag

      Zelfstandig naamwoord/'zax/

      zeur

      enkelvoud

      zaagzaagje

      meervoud

      zagenzaagjes
    • zagen

      Werkwoord/'zaɣən; 'zaɣə/

      infinitief

      zagen

      tegenwoordige tijd

      zaagzaagtzagen

      verleden tijd

      zaagdezaagden

      tegenwoordig deelwoord

      zagendzagende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.