NEDERLANDS
🇳🇱

    Zegepraal

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zegepraal

      Zelfstandig naamwoord/'zeɣəpral/

      enkelvoud

      zegepraalzegepraaltje

      meervoud

      zegepraaltjes
    • zegepralen

      Werkwoord/'zeɣəpralən; 'zeɣəpralə/

      infinitief

      zegepralen

      tegenwoordige tijd

      zegepraalzegepraaltzegepralen

      verleden tijd

      zegepraaldezegepraalden

      tegenwoordig deelwoord

      zegepralendzegepralende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren