NEDERLANDS
🇳🇱

    Zomen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; rand

    • zomen

      Werkwoord/'zomən; 'zomə/

      infinitief

      zomen

      tegenwoordige tijd

      zoomzoomtzomen

      verleden tijd

      zoomdezoomden

      tegenwoordig deelwoord

      zomendzomende
    • de zoom

      Zelfstandig naamwoord/'zom/

      rand

      enkelvoud

      zoomzoompje

      meervoud

      zomenzoompjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren