NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Zus(de)
    Zelfstandig naamwoordsister of a person
  • 22Zus
    Voornaamwoordalso a sister
  • 33Zus
    Bijwoordadverb usage

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Zus(de)
    Zelfstandig naamwoordsister of a person
  • 22Zus
    Voornaamwoordalso a sister
  • 33Zus
    Bijwoordadverb usage
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Zus
WoordenboekZus

Zus

  • dezus

    Zelfstandig naamwoord

    sister of a person

    1. dochter van dezelfde ouders als iemand andersIk heb een zus.
    2. vrouwelijke vriendin, vaak in een informele contextMijn vriendin is altijd er voor mij.
    3. vriendin of maat (in bepaalde subculturen of groepen)Hij is mijn maat in de skateclub.
    4. diminutieve vorm die wordt gebruikt voor kleine zusIk heb een goede verhouding met mijn zusje.
  • zus

    Voornaamwoord

    also a sister

    1. persoon die een zuster of tegelijk met een ander geboren kind isIk heb een zus die mij altijd steunt.
    2. vriendin of vrouwelijke maatMijn vriendin is heel grappig.
    3. als aanspreking voor een vrouw of meisjeHoe gaat het met je, zus?
  • zus

    Bijwoord

    adverb usage

    1. duidt een vrouw aan die een familielid is en dezelfde ouders heeft als de sprekerMijn familielid, mijn zus, helpt me vaak met huiswerk.
    2. kan een informeel gebruik zijn als aanspreking of benamingHallo, vriend, hoe was jouw dag?

Verwante woorden

zusjezusjeszussen

Blijf leren

Meer A2-woordenOefenen