NEDERLANDS
🇳🇱

    Zwammen

    uncommonZipf 2.6

    zwammer; plant; werkwoord

    • de zwam

      Zelfstandig naamwoord/'zwɑm/

      zwammer

      enkelvoud

      zwamzwammetje

      meervoud

      zwammenzwammetjes
    • de zwam

      Zelfstandig naamwoord/'zwɑm/

      plant

      enkelvoud

      zwamzwammetje

      meervoud

      zwammenzwammetjes
    • zwammen

      Werkwoord/'zwɑmən; 'zwɑmə/

      infinitief

      zwammen

      tegenwoordige tijd

      zwamzwamtzwammen

      verleden tijd

      zwamdezwamden

      tegenwoordig deelwoord

      zwammendzwammende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.