NEDERLANDS
🇳🇱

    Zweem

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zweem

      Zelfstandig naamwoord/'zwem/

      enkelvoud

      zweempjezweem

      meervoud

      zweempjeszwemen
    • zwemen

      Werkwoord/'zwemən; 'zwemə/

      infinitief

      zwemen

      tegenwoordige tijd

      zweemzweemtzwemen

      verleden tijd

      zweemdezweemden

      tegenwoordig deelwoord

      zwemendzwemende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren