Zweem
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zweem
Zelfstandig naamwoord/'zwem/enkelvoud
zweempjezweemmeervoud
zweempjeszwemenzwemen
Werkwoord/'zwemən; 'zwemə/infinitief
zwementegenwoordige tijd
zweemzweemtzwemenverleden tijd
zweemdezweemdentegenwoordig deelwoord
zwemendzwemende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.