Zwengel
uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zwengel
Zelfstandig naamwoord/'zwɛŋəl/enkelvoud
zwengelzwengeltjemeervoud
zwengelszwengeltjeszwengelen
Werkwoord/'zwɛŋələn; 'zwɛŋələ/infinitief
zwengelentegenwoordige tijd
zwengelzwengeltzwengelenverleden tijd
zwengeldezwengeldentegenwoordig deelwoord
zwengelendzwengelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.