Zwepen
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zweep
Zelfstandig naamwoord/'zwep/enkelvoud
zweepzweepjemeervoud
zwepenzweepjeszwepen
Werkwoord/'zwepən; 'zwepə/infinitief
zwepentegenwoordige tijd
zweepzweeptzwepenverleden tijd
zweeptezweeptentegenwoordig deelwoord
zwependzwepende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.