NEDERLANDS
🇳🇱

    Zwiepende

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • zwiepen

      Werkwoord/'zwipən; 'zwipə/

      infinitief

      zwiepen

      tegenwoordige tijd

      zwiepzwieptzwiepen

      verleden tijd

      zwieptezwiepten

      tegenwoordig deelwoord

      zwiependzwiepende
    • zwiepend

      Bijvoeglijk naamwoord/'zwipənt/

      stellende trap

      zwiependzwiependezwiepends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren