NEDERLANDS
🇳🇱

    Zwik

    uncommonZipf 2.4

    zaakje; verzwikking; hoekstuk; werkwoord

    • de zwik

      Zelfstandig naamwoord/'zwɪk/

      zaakje

      enkelvoud

      zwikzwikje

      meervoud

      zwikkenzwikjes
    • de zwik

      Zelfstandig naamwoord/'zwɪk/

      verzwikking; hoekstuk

      enkelvoud

      zwikzwikje

      meervoud

      zwikkenzwikjes
    • zwikken

      Werkwoord/'zwɪkən; 'zwɪkə/

      infinitief

      zwikken

      tegenwoordige tijd

      zwikzwiktzwikken

      verleden tijd

      zwiktezwikten

      tegenwoordig deelwoord

      zwikkendzwikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren