NEDERLANDS
🇺🇦

Afwassen

ДієсловоA1

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'afwassen' wordt vaak gebruikt in de context van huishoudelijke taken, met name het schoonmaken van servies en kookgerei na gebruik.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Приклади

  • Ik was elke avond de borden af.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de glazen al afgewassen?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij wasten samen de afwas af na het feest.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Was de pannen af voordat je gaat slapen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.