NEDERLANDS
🇺🇦

Douchen

ДієсловоA1

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'douchen' wordt gebruikt om de handeling van het wassen onder een douche te beschrijven. Het is een alledaags werkwoord zonder sterke emotionele of formele lading.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Приклади

  • Ik douch elke ochtend om wakker te worden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij douchte gisteren na de voetbalwedstrijd.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben ons allemaal gedoucht voordat we naar het restaurant gingen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Douche jij altijd met koud water?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat je je doucht na het zwemmen in het zwembad.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.