Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
Het woord 'ei' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een ovaal object dat door sommige dieren, zoals vogels en reptielen, wordt gelegd.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- het ei
- "Ik heb het ei gebakken."
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- een ei
- "Zij wil een ei."
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
- ei
- "Ei is gezond."
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
De meervoudsvorm is 'eieren', en dit verwijst naar meerdere van deze objecten.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- de eieren
- "De eieren liggen op tafel."
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
- eieren
- "Er zijn eieren in de koelkast."
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
De diminutief wordt vaak gebruikt voor schattigheid of in informele contexten.
informeel
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
eiersalade
"Ik maak een eiersalade voor de lunch."
Een salade met ei.
gebakken ei
"Ik wil een gebakken ei op mijn brood."
Een bereid ei dat in een pan wordt gebakken.
oeuf Γ la coque
"Voor het ontbijt eet ik vaak een oeuf Γ la coque."
Gekookt ei, meestal zachtgekookt.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
een ei leggen
"De kip legt een ei."
Dit betekent dat een kip een ei produceert.
bijten in een ei
"Kinderen bijten vaak in een ei tijdens Pasen."
Een uitdrukking die betekent dat iemand een ei eet, vaak geassocieerd met festiviteiten.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- countability:'Ei' is een telbaar zelfstandig naamwoord, omdat je er meerdere van kunt hebben.
- register:In formele contexten kan je 'ei' gebruiken in culinaire beschrijvingen, maar in informele contexten gebruik je vaak verkleinwoorden zoals 'ei'tje'.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.