NEDERLANDS
🇺🇦

Fietsen

ДієсловоA1

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'fietsen' wordt gebruikt om de actie van fietsen te beschrijven. Het is een regelmatig werkwoord en wordt vaak gebruikt in alledaagse contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • u

Приклади

  • Ik fiets elke ochtend naar mijn werk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik 30 kilometer gefietst.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als het mooi weer is, fietsen we vaak naar het park.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Fiets niet te snel in de stad!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.