πŸ‡ΊπŸ‡¦

Kantoor

Π€ΠΎΡ€ΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ

'Kantoor' is onzijdig: 'het kantoor', 'een kantoor'.

ΠžΠ·Π½Π°Ρ‡Π΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
НСозначСний (een)
Π‘Π΅Π· артикля

Π€ΠΎΡ€ΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ

Het meervoud is 'kantoren' (met -en): 'de kantoren'.

ΠžΠ·Π½Π°Ρ‡Π΅Π½ΠΈΠΉ (de)
Π‘Π΅Π· артикля

Π—ΠΌΠ΅Π½ΡˆΡƒΠ²Π°Π»ΡŒΠ½Π° Ρ„ΠΎΡ€ΠΌΠ°

Een kleine of gezellige werkruimte; ook liefkozend of bescheiden gebruikt.

informeel

Частотні складСні слова

  • advocatenkantoor

    bedrijf van advocaten

  • postkantoor

    plek waar je post verstuurt en ophaalt

  • hoofdkantoor

    de belangrijkste vestiging van een bedrijf

  • kantoorgebouw

    gebouw waarin kantoren zitten

Частотні словосполучСння

  • op

    'Op kantoor' is de vaste combinatie om aan te geven dat iemand aan het werk is.

  • naar

    'Naar kantoor gaan' betekent naar het werk reizen.

  • thuis

    Contrast tussen werken van huis uit en op een werklocatie.

Π’Π°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ– зауваТСння

  • usage:'Op kantoor' is een vaste uitdrukking voor 'aan het werk in de kantooromgeving'.
  • irregular:In oude teksten kom je soms 'kantore' tegen (datief enkelvoud); dit is archaΓ―sch en niet modern Nederlands.

Π― створив Ρ†Π΅ΠΉ словник як Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½Ρ–ΡˆΠΈΠΉ рСсурс для Ρ‚ΠΈΡ…, Ρ…Ρ‚ΠΎ Π²ΠΈΠ²Ρ‡Π°Ρ” Π½Ρ–Π΄Π΅Ρ€Π»Π°Π½Π΄ΡΡŒΠΊΡƒ. ВизначСння Ρ‚Π° ΠΏΡ€ΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅Ρ€ΡƒΡŽΡ‚ΡŒΡΡ, Ρ‚ΠΎΠΌΡƒ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅Ρ‚Π΅ Ρ–Π½ΠΎΠ΄Ρ– ΠΏΠΎΠΌΡ–Ρ‚ΠΈΡ‚ΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡƒ β€” довіряйтС своїй Ρ–Π½Ρ‚ΡƒΡ—Ρ†Ρ–Ρ—.