πŸ‡ΊπŸ‡¦

Reis

Π€ΠΎΡ€ΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ

'reis' is een zelfstandig naamwoord dat een verhuizing of een tocht betekent.

ΠžΠ·Π½Π°Ρ‡Π΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
НСозначСний (een)
Π‘Π΅Π· артикля

Π€ΠΎΡ€ΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ

De pluralis 'reizen' verwijst naar meerdere tochten of verhuizingen.

ΠžΠ·Π½Π°Ρ‡Π΅Π½ΠΈΠΉ (de)
Π‘Π΅Π· артикля

Π—ΠΌΠ΅Π½ΡˆΡƒΠ²Π°Π»ΡŒΠ½Π° Ρ„ΠΎΡ€ΠΌΠ°

Het diminutief geeft een kleiner of schattiger gevoel.

informeel

Частотні складСні слова

  • reisleider

    iemand die een groep mensen op reis begeleidt.

  • reisverzekering

    een verzekering die je afneemt voor het geval er iets gebeurt tijdens je reis.

Частотні словосполучСння

  • een verre reis

    Dit betekent dat de reis naar een ver land gaat.

  • veel reizen

    Dit betekent dat hij vaak weg is geweest.

Π’Π°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ– зауваТСння

  • countability:'reis' is telbaar; je kunt zeggen 'een reis' of 'twee reizen'.
  • register:Het gebruik van 'reis' is neutraal en gepast in zowel formele als informele contexten.
  • usage:Het woord 'reis' wordt gebruikt in veel verschillende contexten: vakanties, zakelijke reizen en educatieve reizen.

Π― створив Ρ†Π΅ΠΉ словник як Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½Ρ–ΡˆΠΈΠΉ рСсурс для Ρ‚ΠΈΡ…, Ρ…Ρ‚ΠΎ Π²ΠΈΠ²Ρ‡Π°Ρ” Π½Ρ–Π΄Π΅Ρ€Π»Π°Π½Π΄ΡΡŒΠΊΡƒ. ВизначСння Ρ‚Π° ΠΏΡ€ΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅Ρ€ΡƒΡŽΡ‚ΡŒΡΡ, Ρ‚ΠΎΠΌΡƒ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅Ρ‚Π΅ Ρ–Π½ΠΎΠ΄Ρ– ΠΏΠΎΠΌΡ–Ρ‚ΠΈΡ‚ΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡƒ β€” довіряйтС своїй Ρ–Π½Ρ‚ΡƒΡ—Ρ†Ρ–Ρ—.